Wie is de baas?

In 3 edities geeft Carel van Houte zijn visie op de industrialisatie van de bouw. De Ruwbouw Groep heeft het initiatief genomen om samen met de bouwindustrie te gaan onderzoeken hoe de barrières naar industrialisatie van de bouw kunnen worden geslecht. Dit heeft geleid tot twee bijzondere workshops met deelnemers uit de praktijk waarmee de basis is gelegd voor dit artikel.

Over industrialisatie in de bouw
De quick-fix op de bouwplaats wordt hoger gewaardeerd dan het vooraf voorkomen van fouten. Opmerkelijk niet? Blijkbaar is er dus tijd en geld beschikbaar om achteraf fouten op te lossen maar niet om ze vooraf te voorkomen. Dit punt maakt onderdeel uit van een breder probleem: aannemers kunnen in de ontwerpfase onvoldoende invloed uitoefenen op het product dat zij uiteindelijk moeten afleveren. Binnen de bouwestafette is dit misschien wel de grootste procedurele weeffout en tevens de belangrijkste oorzaak van het gebrek aan innovatie en industrialisatie.

“Aannemers kunnen in de ontwerpfase onvoldoende invloed uitoefenen op het product dat zij uiteindelijk moeten afleveren.”

Opdrachtgevers stellen een plan en een budget op, architecten realiseren een ontwerp, installateurs dragen zorg voor de energieprestatie en het leefklimaat en de aannemer dient dit alles door middel van een groep onderaannemers samen te brengen tot een passend geheel. Geen van deze partijen heeft hetzelfde doel en niemand voert de regie over de totale som der delen. Dit verklaart deels waarom er vaak zaken mis gaan in iedere fase van een project. Het vermogen tot improvisatie is een belangrijke karaktereigenschap van succesvolle deelnemers aan de bouwestafette.

Hoe doen andere industrieën dit?
Als we naar andere industrieën kijken dan zien we dat binnen de industrie van serie- en massaproducten het ontwerp in dienst van de uitvoering staat. Vooraf ligt de prijs vast. En er vindt tijdens het ontwerp veel overleg plaats tussen opdrachtgever, ontwerper en producent over de kosten, maakbaarheid, haalbaarheid en ‘best practises’. Dit heeft een tweezijdig effect: Elke ontwerpbeslissing wordt beoordeeld op technische en financiële haalbaarheid en daarbij vindt in een vroeg stadium kennisoverdracht plaats tussen de betrokken partijen. Gezamenlijk worden oplossingen gezocht en innovaties gerealiseerd. De industrie creëert hiermee zelflerende organisatiestructuren met systemen die vooraf, tijdens en achteraf letten op risico beperking, kostenoptimalisatie en verbeterpunten.

“In het werk op te lossen bestaat niet in de industrie”

Het voordeel van deze aanpak is dat alle betrokken partijen in de keten hun belang kunnen behartigen tijdens alle fasen van het project. Het doorschuiven van problemen naar de volgende estafette deelnemer zoals in de bouw vaak voorkomt vindt hierdoor niet plaats. “In het werk op te lossen” bestaat niet in de industrie.

Stijgende prijzen maar uitblijven van waarde
In tegenstelling tot de industrie vinden binnen de bouw projectevaluaties onvoldoende plaats. Er is geen structuur aanwezig waarbij àlle betrokken partijen samen volgens een vast stramien projecten bespreken voorafgaande aan de ontwerpfase, tijdens de bouwfase of na de oplevering. Kwaliteitsprocedures zoals ISO of risicobeheersingsmethodieken zoals FMEA (failure mode effect analyses) worden niet, of alleen in zeer uitzonderlijke gevallen, binnen bouwprojecten toegepast.
Het gevolg van de industriële aanpak is dat producten steeds goedkoper worden en daarbij toch steeds meer waarde bieden voor de gebruiker. Dat komt door de leercurve, de toenemende arbeidsproductiviteit, het afnemen van fouten en de schaalvoordelen.

In de bouw is de arbeidsproductiviteit de afgelopen 25 jaar vrijwel niet toe genomen met als gevolg dat de kosten de prijsindex volgen. De prijzen stijgen zonder dat de klant er extra waarde voor terugkrijgt. Er vindt dus geen waardecreatie plaats en extra specificaties worden uitsluitend tegen hogere kosten geleverd.

Prijs als selectiemiddel
Door gebrek aan innovatie wordt prijs het belangrijkste selectiemiddel, waardoor we voornamelijk gericht zijn op inkoopvoordeel. Het nadeel hiervan is dat binnen een sector waar de focus volledig op inkoop ligt over het algemeen onvoldoende wordt geïnvesteerd in R&D. Dit wordt zichtbaar als we de vergelijking met de industrie maken.

“We zijn een sector waar onvoldoende wordt geïnvesteerd in R&D”

Wereldwijd wordt door de industrie gemiddeld 4% van de omzet geïnvesteerd in R&D. Dat zijn investeringscijfers uit 2014 die als gevolg van de crisis de helft lager zijn dan in de periode voor de crisis. Daar tegenover staat dat het merendeel van de bouwondernemers of bouw gerelateerde dienstverleners helemaal geen budgetlijn voor dergelijke strategische activiteiten hanteren. Niet voor en niet na de crisis. Voor hen lijkt er dus sprake te zijn van een status quo. En dat biedt kansen voor de toeleverende industrie.
Welke kansen de industrialisatie voor de woningbouw biedt? Lees het hier.

Carel van Houte.