Verwerking ribbenvloer

Verwerkingsinstructies

Voor een veilige en juiste manier van verwerking van onze ribbenvloeren hebben wij verwerkingsinstructies  opgesteld.

Transport

De ribbenvloeren worden geleverd met zelflossers of als tijdvracht. Zie ook Transport.

Montage ribbenvloer

De elementen worden, voor zover mogelijk, op legvolgorde geladen. De elementen worden gemonteerd met een speciaal ontworpen hijsklem.

Hijsinstructie ribbenvloer

Bij de montage met de hijsklem mag het uitkragende gedeelte van het element nooit meer dan ca. 2,10 m¹ zijn. Het gebruik van een uitvalbeveiliging is niet verplicht mits de werkhoogte niet meer is dan 1,50 m¹.

Afstorten

De in het werk aan te brengen voegvulling is een betonmortel van minimaal de sterkteklasse C12/15 of een gelijkwaardige zand-cementmortel; de grootste korrelafmeting van het toeslagmateriaal is 8 mm. De voegen moeten voor het vullen goed schoon en nat gemaakt worden.

Afstempeling

Afstempeling van de verdiepingsvloer op de Dycore ribbenvloer moet in de sterkteberekening worden verwerkt. De belasting van de stempels moet gelijkmatig over de ribben worden verdeeld, bijv. door baddingen loodrecht op de richting van de overspanning van de ribbenvloer. Op de projecttekening wordt aangegeven of deze stortbelasting is meegenomen.

Opperbelasting

In de bouwfase is het vooropperen van lijm- of separatieblokken e.d. toegestaan tot een gelijkmatig verdeelde belasting van max. 3,5 kN/m2 over de gehele vloer of een lijnlast van max. 10 kN/m1 op 1,50 m1 vanuit de oplegging.

Opslag Dycore ribbenvloeren

Bij aflevering met zelflossers en/of indien opslag op de bouwplaats beslist noodzakelijk is, moeten de elementen vlak en vrij van de ondergrond worden opgeslagen.

Toleranties

Toleranties zijn toelaatbare afwijkingen waarmee reeds in het ontwerpstadium rekening moet worden gehouden. De toleranties zijn vastgelegd in NEN-EN 13369 (NEN 2889) en NEN-EN 13224 en gelden universeel.