Verwerking

Transport

Leidingplaatvloeren worden, afhankelijk van de plaatlengte en plaatdikte, geleverd als tijdvracht, met zelflossers of met gebruik van afzettrailers.

Opslag van leidingplaatvloeren

Indien tussenopslag noodzakelijk is, moeten de elementen vlak en vrij van de ondergrond worden gestapeld, zodanig dat er geen beschadigingen kunnen ontstaan. Stophout moet recht boven elkaar geplaatst worden. Overstek maximaal 1 meter.

Montage

De elementen worden, voor zover mogelijk, op legvolgorde geladen. De elementen worden gemonteerd met hijshaken. Bij elke opdracht ontvangt u onze verwerkingsinstructies. Hierin zijn duidelijke richtlijnen opgenomen voor een veilige en verantwoorde montage.

Onderstempeling

De elementen zijn volledig zelfdragend en behoeven geen onderstempeling. In geval van opbuigingsverschillen kan een tijdelijk hulpstempel of plaatselijk ballast geplaatst worden om deze verschillen te elimineren. Deze correctie moet uitgevoerd worden vóór het vullen van de voegen. Indien de vloeren tijdens de uitvoering zwaar worden belast door bijvoorbeeld opperpakketen kalkzandsteen kan een tijdelijke onderstempeling nodig zijn.

Afstorten voegen tussen de elementen

Om vervuiling te voorkomen moeten de voegen tussen de elementen zo snel mogelijk worden gevuld met beton of een zand-cementmortel van tenminste de sterkteklasse C12/15. De grootste korrelafmeting van het toeslagmateriaal is 8 mm.

Aanbrengen van leidingen

Het aanbrengen van de leidingen in de leidingsleuven kan men doen voordat men de wanden op de verdiepingsvloer gaat aanbrengen. Het voordeel is dat de verwerker een mooie vlakke werkvloer heeft. Hij dient wel voorzichtig te zijn met de aangebrachte leidingen. Hij mag bijvoorbeeld niet de wielen van de stelmachine voor de kalkzandsteen elementen op de leidingen van de mechanische ventilatie plaatsen. Deze zijn niet bestand tegen hoge puntlasten bij het hijsen van de kalkzandsteen elementen. Er zijn kunststof ventilatiekokers op de markt beschikbaar die wat robuuster zijn.

Ook kunnen de leidingen in de leidingsleuven aangebracht worden nadat de wanden zijn opgetrokken. Dit wordt vaak gedaan als het aantal leidingsleuven beperkt is.

Nadat de leidingen aangebracht zijn kunnen de leidingsleuven worden gevuld met een betonmortel of een laagwaardige mortel bijvoorbeeld een schrale zandcement mortel. Indien men in de toekomst het leidingwerk wil veranderen kan men dan eenvoudig de sleuven weer openkrabben.

Leidingen voor elektra of (vloer)verwarming worden meestal in de afwerklaag aangebracht.

leiding-aanbrengen-van-leidingen