Verwerking kanaalplaatvloeren

Verwerkingsinstructies kanaalplaatvloeren

Voor een veilige en juiste manier van verwerking van onze kanaalplaatvloeren hebben wij verwerkingsinstructies opgesteld.

Transport kanaalplaatvloeren

Kanaalplaatvloeren worden, afhankelijk van de plaatlengte en plaatdikte, geleverd als tijdvracht, met zelflossers of met gebruik van afzettrailers.

Montage kanaalplaatvloeren

De elementen worden, voor zover mogelijk, op legvolgorde geladen. De elementen worden gemonteerd met speciaal daarvoor ontworpen hijsklemmen, die aangepast zijn aan het type element. Deze klemmen zijn bij ons te huur. De pasplaten worden met behulp van ingestorte hijslussen of hijssleutels gehesen.

Hijsinstructie kanaalplaatvloeren

Bij elke opdracht wordt het informatieblad over de hijsinstructie verstrekt. Hierin zijn duidelijke richtlijnen opgenomen voor veilig en verantwoord werken met deze klemmen bij de verschillende plaattypen. Ook voor pasplaten worden aanwijzingen gegeven voor het gebruik van hijssleutels.

Afstorten

Om vervuiling te voorkomen moeten de voegen tussen de elementen zo snel mogelijk worden gevuld met beton of een zand-cementmortel van tenminste de sterkteklasse C12/15; de grootste korrelafmeting van het toeslagmateriaal is 8 mm. De kanalen kunnen worden afgesloten met kopafdichtingen. Fabrieksmatig aangebrachte ontwateringsgaatjes moeten op de bouw altijd worden gecontroleerd op hun werking; in de kanalen mag geen water achterblijven.

Onderstempeling kanaalplaatvloeren

De elementen zijn volledig zelfdragend en behoeven geen onderstempeling. In geval van opbuigingsverschillen kan een tijdelijk hulpstempel geplaatst worden om deze verschillen te elimineren; deze correctie moet uitgevoerd worden vóór het vullen van de voegen.

Toleranties kanaalplaatvloeren

Toleranties zijn toelaatbare afwijkingen waarmee reeds in het ontwerpstadium rekening moet worden gehouden. De toleranties zijn vastgelegd in NEN-EN 13369 (NEN 2889) en NEN-EN 1168 en gelden universeel.

Opslag kanaalplaatvloeren

Indien tussenopslag beslist noodzakelijk is, moeten de elementen vlak en vrij van de ondergrond worden gestapeld, zodanig dat er geen beschadigingen kunnen ontstaan. De plaats van de ondersteuningen dient bij tussenopslag gelijk te zijn aan die op de auto. Stophout, over de gehele breedte van het element doorlopend, moet recht boven elkaar geplaatst worden.

Aanbrengen van leidingen

Leidingen voor de elektrische installatie kunnen in de afwerklaag of in de kanalen van de elementen worden aangebracht; de centraaldozen worden op de fabriek in de kanalen geplaatst en hiervoor wordt in de bovenschil een ruime sparing gehouden. Ook leidingen met een grotere diameter kunnen in de kanalen versleept worden of zonodig kunnen bredere sleuven gemaakt worden, mits constructief verantwoord.

Ontwateringsgaatjes

Tijdens de uitvoering dient men ervoor te zorgen dat de kanalen niet vol lopen met water. Bij bevriezing van het water bestaat er de kans dat de vloerplaten kapot vriezen. Als water bevriest neemt het volume namelijk met circa 10%  toe.  Ook kunnen grote hoeveelheden water in de kanalen leiden tot ongewenste vochtplekken in het plafond. Als wij de ontwateringsgaatjes tijdens het productieproces aanbrengen, dienen deze na het leggen van de vloer nog wel te gecontroleerd te worden op aanwezigheid en een goede werking. Gaatjes kunnen door fijn zand of gruis tijdens de bouw dichtslippen. Zonodig dienen ze (later) weer open geboord te worden.

Kanaalplaatvloeren zijn onderdeel van het Calduran Kalkzandsteencasco.

Meer informatie.