Technische productinformatie

Elementgegevens eenheid 150/8 200/6 200/6D 260/5 320/4 400/4
Hoogte (excl. isolatie) mm 150 200 200 255 320 400
Plaatlengte* tot ca. 6,0 8,0 11,0 12,0 15,0 18,0
Pasplaatlengte* tot ca. 5,0 7,2 7,2 9,3 11,5 14,4
Min. breedte pasplaat mm 240 300 300 370 450 450
Massa (incl. voegvulling) kg/m² 249 283 348 379 441 510
Voegvulling l/m¹ 4,4 5,7 5,7 7,2 8,7 10,9
Oppervlak per element (1,2m breed) 0,11 0,13 0,16 0,17 0,20 0,23
Traagheidsmoment m4. 10-6 297 643 695 1354 2517 4625

* De maximale lengte per type wordt begrensd door de op te nemen belastingen.

K150-8
K200-6
D-plaata

 

 

K260-5

K320-4

K400-4

Materialen kanaalplaatvloer

Beton C53/65, conform NEN-EN 206-1 en NEN 8005;
Voorspanstaal FeP1860, diameter 6,9 of 9,3 of 12,5 mm conform NEN 3868;
Milieuklassen:
XC1 t.m. XC4;
XD1 t.m. XD3;
XS1 en XS2;
XF1 t.m XF3;
XA1
XS3 en XF4 alleen op aanvraag
De milieuklasse dient door de hoofdconstructeur bepaald te worden.

Voegprofiel kanaalplaatvloer

Het voegprofiel is onderin de elementen afgerond. De zijkanten van de elementen hebben verticaal een schuin verloop van slechts 20 mm. Het voegprofiel heeft nog een speciale sponning in het zijvlak voor een optimale slotwerking van de afgestorte voeg.
Voegprofiel K

Warmte-isolatie

Voor geïsoleerde begane grondvloeren kan fabrieksmatig EPS aangebracht worden door aanstorten (geïsoleerde oplegging) of aanlijmen (ongeïsoleerde oplegging). De opleghoogte is afhankelijk van de gekozen productiemethode. De Rc-waarde van ongeïsoleerde vloerelementen is te verwaarlozen; indien hogere isolatiewaarden gevraagd worden, bijv. voor dakvloeren, dient in het werk een isolatieplaat op het element aangebracht worden.

Bij een ongeïsoleerde oplegging is de opleghoogte gelijk aan de vloerplaatdikte. Bij geïsoleerde opleggingen is de opleghoogte gelijk aan de vloerdikte plus isolatiedikte.

EPS – KOMO gecertificeerd.

Rc-waarde (m²K/W) Isolatiedikte in mm
3,50 132
4,00 152
5,00 154
6,50 202
8,00 250
10,00 312