Ontwerp en voorbereiding kanaalplaatvloer

Bestekservice kanaalplaatvloer

Via onze unieke bestekservice voor al onze producten heeft u binnen enkele minuten een complete bestekomschrijving inclusief algemene teksten.

Opbouw en afmetingen kanaalplaatvloer

De Dycore kanaalplaatvloer heeft een standaardbreedte van 1200 mm; pasplaten kunnen, afhankelijk van het plaattype, worden gezaagd vanaf 240 mm breedte.

Type Breedte pasplaat in mm
K150-8 240 – 380 – 530 – 600 – 670 – 820 – 960 – 1100
K200-6 300 – 500 – 600 – 700 – 900 – 1050
K260-5 370 – 600 – 830 – 1050
K320-4 450 – 750 – 1030
K400-4 450 – 750 – 1030
Sparingen en centraaldozen in kanaalplaatvloeren

De vloerelementen kunnen fabrieksmatig, conform sparingsinstructie, voorzien worden van sparingen ten behoeve van installaties, elektradozen en constructieve sparingen.

Voor de toepassing van centraaldozen kan een keuze gemaakt worden uit twee modellen:

centraaldoos kanaalplaat ABB Haf C169ABB HAF 169
Een vierkante (kwadratische) centraaldoos met een hoogte van 76,5 mm. Deze is geschikt voor buisdiameter 16/19 mm (14×16 mm en 1×19 mm). De centraaldoos heeft 9 invoertuiten in de bodem en 6 aan de zijkant, welke zich op gelijke hoogte bevinden.

centraaldoos kanaalplaat ABB Haf C70ABB HAF C70-16/19
Een ronde centraaldoos met een hoogte van 115 mm. Deze is geschikt voor buisdiameters 16 én 19 mm. De buisinvoer is voorzien van afdichttape. De centraaldoos heeft 8 invoertuiten in de bodem. De boormaat is 80 mm. Geschikt voor rookmelder en lichtpunt.

Opbuiging kanaalplaatvloer

De elementen zijn voorgespannen, dus moet rekening gehouden worden met enige zeeg, afhankelijk van spanpatroon, plaatlengte en plaatbreedte. Opbuigingsverschillen met naastgelegen elementen kunnen vóór het vullen van de voegen gecorrigeerd worden. Bij de toepassing als plat dak kan de opbuiging in de loop van de tijd toenemen en hiermee moet dus rekening gehouden worden met de aansluitdetails.

Geluidsisolatie

Voor de meeste toepassingen in de woning- of utiliteitsbouw wordt met de standaard vloerplaten voldaan aan de eisen voor geluidwering. Voor woningscheidende vloeren zijn extra maatregelen nodig om aan de minimaal vereiste massa te voldoen zoals een extra afwerklaag of een zwevende dekvloer.

Toepassingsmogelijkheden kanaalplaatvloer

De voorgespannen kanaalplaatvloer wordt toegepast als vlakke vloer op twee steunpunten. Vloervelden met 1 tussensteunpunt zijn ook beperkt mogelijk. De maximale plaatlengte is 18,00 m¹; overstekken zijn beperkt mogelijk. Voor grotere sparingen, bijv. trapgaten, zijn raveelconstructies mogelijk.

Afschuiningen

De koppen van de elementen kunnen ook schuin geproduceerd c.q. afgezaagd worden.
Om constructieve- en productietechnische redenen mag de aan het
betonelement niet groter zijn dan 60º.

Hoek “a” ≤ 60°: hoek dient niet afgeknot te worden.
schuinzagen kl dan 60 graden

Hoek “a” > 60° en maximaal 70°: hoek dient afgeknot te worden.
schuin zagen gr dan 60 graden

Opleggingen kanaalplaatvloer

De oplegvlakken van de draagconstructie moeten strak en vlak worden afgewerkt. De aard en de uitvoering van de ondersteuning, de grootte van de oplegkracht en de overspanning zijn bepalend voor het al dan niet toepassen van een oplegmateriaal en voor het type oplegmateriaal. Belangrijk punt is de vervorming van het oplegmateriaal door de oplegkracht in relatie tot de onvlakheid van de ondergrond en het oppervlak waarover de krachten worden overgedragen. Een centreerstrip borgt uitsluitend dat de krachtinleiding op de vereiste positie plaatsvindt.
De hoofdconstructeur is bepalend in het voorschrijven van het type oplegmateriaal, wij geven hierbij enkele algemene richtlijnen voor de uitvoering van de oplegging:

  • Bij toepassing van kalkzandsteen wanden, vlakke bovenzijde, en vloerelementen tot 7 meter lengte, die over de gehele dikte van de wand worden opgelegd, kan worden volstaan met een koude oplegging.
  • Voor de overige opleggingen op metselwerk, beton en staal kan door ons een centreerrubber worden meegeleverd.
  • Door toepassing van dit centreerrubber wordt de oplegkracht in een duidelijk afgebakend gebied overgedragen naar het oplegvlak.
  • Bij begane grondvloeren adviseren wij, in verband met de oneffenheid van de fundering, de elementen in een zandcementmortel te leggen.
  • Ontwerp-opleglengtes moeten voldoen aan art. 10.9.5 van NEN-EN 1992-1-1.
  • De minimale opleglengte mag niet kleiner zijn dan:
    • 90 mm bij oplegging op metselwerk
    • 80 mm bij oplegging op al dan niet gewapend beton
    • 70 mm bij oplegging op profielstaal of vormvast plaatstaal

Technische gegevens van de Dycore centreerrubbers:

Afmetingen 3 x 40 mm
Materiaal SBR rubber
Kleur zwart
Drukweerstand 4,5 N/mm²
Blijvende indrukking 45%
Hardheid 65°+ / -5 Shore A
Treksterkte 5 N/mm²
Breukrek 200%
Soortelijk gewicht 1,60 gr/cm³
Temperatuur -10° tot + 70ºC

Het centreerrubber is niet bestand tegen aantasting door zuren, oliën en oplosmiddelen.

Ravelingen

Grotere sparingen, bijv. trapgaten, kunnen gerealiseerd worden met behulp van raveelijzers. Deze raveelijzers hebben doorgaans een standaardmaat op een veelvoud van 1200 mm; voor afwijkende sparingmaten zijn pasblokken leverbaar.

 

kanaal-ravelingen

 

 

 

 

 

Randbeveiliging kanaalplaatvloer

Voor de Dycore kanaalplaatvloer is, in navolging op de randbeveiliging bij onze breedplaatvloer, een instortvoorziening ontwikkeld. Deze leuningplug wordt tijdens het productieproces in de kanaalplaatvloer gestort. Na montage is op eenvoudige wijze de randbeveiliging aan te brengen. De leuningplug 50 voldoet door zijn lengte van 150 mm aan de door Aboma gestelde eisen.

Toepassen van een druklaag tbv stabilteit of sterkte

Bij kanaalplaatvloeren wordt in het algemeen geen druklaag toegepast. In constructief-noodzakelijke gevallen, bijv. hoge belasting per m² of als er schijfwerking nodig is voor de stabiliteit, kan een gewapende druklaag van minimaal 50 mm aangebracht worden.
Speciale sparingen, waarin extra wapening is aangebracht, maken dan een verbinding mogelijk met de stijve kern van het gebouw. Zonder de toepassing van een druklaag kan ook een schijfwerking gerealiseerd worden door de koppeling van vloer en randbalk.
Voor niet-starre opleggingen wordt de stijfheid ontleend aan de combinatie van de (balk-)constructie met de vloerelementen.

Brandwerendheid kanaalplaatvloer

De brandwerendheid 90 minuten voor de kanaalplaatvloer type K150/8 (hoger in overleg) en 120 minuten voor de overige typen kanaalplaatvloeren.

Aanvullende bepalingen Brandwerendheid kanaalplaatvloeren: naar aanleiding van een brand in een parkeergarage en de daarbij ontstane schade zijn aanvullende bepalingen voor kanaalplaatvloeren opgesteld. Uitgebreid onderzoek is hieraan vooraf gegaan en in deze brief van de BFBN leest u meer over dit onderzoek en de daaruit vloeiende bepalingen voor het toepassen van kanaalplaten. In het kort komt het er op neer dat er praktisch gezien in de woningbouw geen aanvullende maatregelen nodig zijn en in de utiliteitsbouw ook niet als de dikte van de toplaag niet meer dan 0,25 x de hoogte van de kanaalplaat bedraagt.

Draagvermogen kanaalplaatvloer

Voor een gelijkmatig verdeelde belasting, boven het eigen gewicht, is een indicatieve grafiek samengesteld voor liggers op twee steunpunten in geval van starre ondersteuningen.
Capaciteitsgrafiek zonder druklaag (Eurocode per plaattype)
Capaciteitsgrafiek met druklaag (Eurocode per plaattype)

Categorie 4a Kanaalplaat

Voor een overzicht van taken en verantwoordelijkheden ten aanzien van tekeningen en berekeningen verwijzen wij u naar bijgaand document. KIWA Criteria 73

Ontwateringsgaatjes

(Regen)water dat via openingen aan de bovenzijde van de plaat in de kanalen terecht komt zal bij open kanalen meestal via de kopse kant of via doorgaande sparingen weer kunnen wegstromen. Echter, in sommige gevallen worden kanalen halverwege de vloer of aan de plaateinden dichtgestort met beton, bijvoorbeeld als koppelwapening wordt toegepast in verband met stabiliteit of als de vloeren worden opgelegd in een stalen of betonnen balk. Bij utiliteitsprojecten is dit vaak het geval. Ook een kanaalafdichting ten behoeve van het luchtdicht bouwen kan de kanalen waterdicht afsluiten. Daarom adviseren wij bij deze projecten alle vloerplaten te voorzien van ontwateringsgaatjes. Wij kunnen kanaalplaten leveren waarin de ontwateringgaatjes al zijn aangebracht. Ze worden dan tijdens het productieproces van bovenaf aangebracht zodat ze doorgaand zijn over de gehele dikte van de vloer. Deze gaatjes bevinden zich in verband met inleiding van voorspankrachten minimaal 1,6 meter vanaf het uiteinde van de plaat. Als u er voor kiest om de ontwateringsgaatjes door ons aan te laten brengen worden alle platen voorzien van ontwateringsgaatjes. Dit dient u dan bij uitwerking van het project aan te geven. Na het leggen van de vloeren dienen de ontwateringsgaatjes wel op aanwezigheid en goede werking te worden gecontroleerd.

Bij woningbouw met ankerloze spouwmuren liggen de platen op de muur en zijn de uiteinden van de kanaalplaten over het algemeen open. Het (regen)water zal dan aan de open uiteinden of via andere sparingen ook weer uit de kanalen lopen. Bij dit soort woningen hoeven daarom niet alle kanaalplaten voorzien te worden van ontwateringsgaatjes. Als er situaties zijn waarbij wel water in de kanalen blijft staan dient u deze platen op de bouwplaats te voorzien van ontwateringsgaatjes. Dit is bijvoorbeeld bij vloerplaten met aan beide zijde dichtgestorte kopsparingen.

Luchtdicht bouwen

Om ervoor te zorgen dan een gebouw voldoende luchtdicht is dienen met name de doorvoeringen en aansluitingen in de buitenschil luchtdicht te worden uitgevoerd. Denk met name aan alle doorvoeringen van leidingen en aansluitingen van het dak, buitenwanden en begane grondvloer. Bij begane grondvloeren is met name aandacht vereist bij de doorvoeringen bij de meterkast  en het kruipluik. De doorvoeringen dienen dichtgezet te worden met een (flexibele) PUR schuim en het kruipluik dient goed aan te sluiten en voorzien te zijn van een kierdichting. Als alle onderlinge plaatnaden zijn dichtgezet met mortel, de bovenzijde van de vloer is voorzien van een afwerkvloer en de onderzijde van een afwerklaag of stuclaag is de vloer zelf voldoende luchtdicht. Vooraf kunnen grote gaten of spleten afgedicht worden met een vulpasta.

De volgende plekken verdienen aandacht:

  • Achter knieschotten van de dakconstructie waar geen vloerafwerking aanwezig is de ontwateringsgaatjes afdichten met een vulmiddel
  • Gaatjes en kieren bij onafgewerkte plafonds
  • Goede afdichting van de kanalen naast het trapgat. Dit kan door een goede kanaalvulling of door het dichtzetten van de kopse voeg
  • Afdichting van de sparing boven de centraaldozen. Normaliter gebeurt dit met de zandcementmortel van de cementdekvloer
  • De vellingkanten van de kanaalplaatvloeren dienen ter plaatse van de oplegging gedicht te worden met een vulpasta of de wandafwerking
  • De kunststof afdekdoppen zoals door ons meegeleverd zijn niet geschikt voor een luchtdichte afdichting. Deze doppen worden geleverd om te voorkomen dat er betonmortel in de kanalen loopt

Ankerloze spouwmuren zijn ongeïsoleerd en hierin bevindt zich hoofdzakelijk (verwarmde) droge lucht. Een open verbinding vanuit de kanalen en deze spouw is geen bezwaar. De ankerloze spouw dient rondom wel goed dicht gezet te worden bij de aansluiting naar het dak en bij de aansluiting met de spouw van de voor- en de achtergevel. Bij kopgevels dient de gevelisolatie strak op de wand aan te sluiten. Dit om te voorkomen dat de (warme) lucht uit de kanalen de buitenspouw instroomt. Als de gevelisolatie niet goed aansluit kan men de kanalen afdichten met speciale kunsstof-schuim afdekdoppen (bv fabricaat Celdex) of proppen van minerale wol.

Samen komen we tot de beste oplossing.