Passief bouwen

Bij Passief Bouwen wordt ‘passieve’ energie van de zon en restwarmte optimaal benut, zodat het gebruik van energie voor verwarming (en koeling) tot een minimum beperkt kan blijven. Zo ontstaat een comfortabele, gezonde en zeer energiezuinige woning of gebouw. De uitdaging is zó te ontwerpen, dat woning of gebouw nauwelijks toevoeging van extra energie (gas, stroom) nodig heeft. Bron: www.passiefbouwen.nl

Met elk gangbaar bouwsysteem is het mogelijk om Passief te bouwen, maar vanuit de wereld van bouwfysica wordt de warmte regulerende eigenschap van zwaardere casco’s zoals kalkzandsteen en beton, als voordeel bestempeld.

Voor Passief Bouwen geldt luchtdichtheidsklasse 3 met een Qv,10, kar.-waarde ≤ 0,150 dm3/s.m²

Aandachtspunten met betrekking tot kalkzandsteen conform de standaard verwerkingsvoorschriften.

  1. De kimlaag aan de spouwzijde moet goed in lijn liggen met de onder- en bovenliggende vloer. Dit geldt uit oogpunt van constructieve – en isolatie technische randvoorwaarden. Er mag geen luchtlaag ontstaan tussen isolatie en casco. Het over bouwen van kimmen is dus taboe.
  2. De kimblokken dienen rondom vol en zat te zijn verwerkt (i.v.m. geluid- en luchtdichtheid)
  3. Wanneer sprake is van een koudebrug tussen een niet geïsoleerde onderconstructie en de bovenstaande wand, dan is het gebruik van een isokim noodzakelijk.
  4. De oplegging van begane grondvloeren: om scheurvorming en open naden te voorkomen, dienen ze rondom dragend opgelegd te worden. De oplegnokken vormen dus een belangrijk aandachtspunt.
  5. Vol en zat lijmwerk van alle voegen, dus ook die in wanden van vellingblokken. Het gebruik van lijmgereedschap is van zeer groot belang (i.v.m. constructie én luchtdichtheid).Wanneer een incidentele stootvoeg vanwege op te vangen toleranties breder is dan 3 mm, dan dient deze te worden gevuld met metselfix.
  6. De constructieve loodvoeg dient vol en zat te zijn verlijmd (i.v.m. constructie en luchtdichtheid).
  7. Een vertande constructie dient vol en zat uitgevoerd te worden (i.v.m. constructie en luchtdichtheid).
  8. Alle lateien welke in het binnenspouwblad van de buitengevel zijn opgenomen, dienen rondom lucht dicht aangesloten te worden en aan de binnenzijde te worden voorzien van een blijvend lucht dichte afwerking.
  9. Bij de uitvoering van de koude dilataties dienen de kalkzandsteen elementen of lijmblokken strak op elkaar aangesloten te worden.
  10. Alle dilataties welke in het binnenspouwblad van de buitengevel en in de woningscheidende wanden zijn aangebracht dienen aan de zichtzijde volgens de richtlijn van De RuwBouw Groep, blijvend luchtdicht afgewerkt te worden (let ook op de dilatatie achter een toekomstig keukenblok).
  11. De dikkere lagen isolatie worden vaak in twee lagen aangebracht. Vanuit dat oogpunt dient het aantal spouwankers te zijn afgestemd op de verwerking richtlijn en detaillering van de betreffende leverancier van het isolatiemateriaal (4-6 ankers/m²).
  12. De isolatie dient overal de minimale dikte te hebben welke in de bouwkundige details staat aangegeven. Anders ontstaan verschillen in de Rc waarde.
  13. De isolatie welke vanaf de bovenkant fundatie tot peil wordt aangebracht dient te bestaan uit een kunststof materiaal met gesloten cellen (bijv. Wallmate).
  14. De aansluiting tussen vloeren en kalkzandsteen dient, afhankelijk van de constructie, luchtdicht te worden gevuld met mortel of flexibel isolatiemateriaal.

Aanvullende aandachtspunten waarmee energieverlies maximaal kan worden tegen gegaan, dus ook tijdens de bouwfase van een passief gebouw.

  1. De isolatie moet strak op de kalkzandsteen aangebracht worden. Om die reden dienen alle lijmbaarden weggehaald te worden.
  2. Eventuele holle ruimtes, veroorzaakt door beschadigde kalkzandsteen, dienen voor het aanbrengen van de isolatie te worde dichtgezet met mortel.
  3. De bouwmuren mogen i.v.m. punt 1 en 2 niet door de lijn van het binnenspouwblad heen steken.
  4. Wanneer de bouwmuur binnen de lijn van de spouwbladen staat, dient de ontstane ruimte te worden gevuld met isolatiemateriaal.
  5. Het gevelkozijn dient rondom luchtdicht te worden aangesloten op de kalkzandsteen wanden. De huidige kozijn details geven aan dat tussen de spouwlat (of stelkozijn) en de kalkzandsteen een gesloten cellenband aangebracht dient te worden.

Door het gebruik van thermografische foto- en video apparatuur worden thermische lekken onmiddellijk zichtbaar. Een Passief gebouw wordt voor oplevering gekeurd op de luchtdichtheid. Dit gebeurd middels de Blower door test. Een gebouw moet voldoen aan de zogenaamde Qv10 eis.