Brandwerendheid

Ten aanzien van het brandveilig maken van een gebouw gelden verschillende soorten eisen. Afhankelijk van het soort gebouw en de hoogte ervan dient de hoofddraagconstructie bijvoorbeeld een bepaalde brandwerendheid te bezitten. Zo gelden voor gebouwen waarin personen overnachten, zoals woningen en hotels, hogere eisen dan voor kantoren. In het Bouwbesluit zijn voor de verschillende onderdelen eisen vastgesteld en deze worden hierna behandeld:

Beperking van de kans op het ontstaan van een brand
Aan de gebruikte materialen worden eisen gesteld, zodat een brand niet snel kan ontstaan en het materiaal niet te snel verbrand wanneer er wel brand ontstaat. Beton en kalkzandsteen vallen beide onder categorie A1. Dit betekent dat ze onbrandbaar zijn en het meest veilig van wat men op dit gebied kan bereiken. Beton en kalkzandsteen zijn daarom zeer geschikt wanneer hiervoor hoge eisen worden gesteld.

Sterkte bij brand
Als eenmaal een brand ontstaat, dienen gebruikers of bewoners voldoende tijd te krijgen om veilig te kunnen vluchten zonder dat het gebouw instort. Daarom dient de hoofddraagconstructie voldoende brandwerend te zijn. Voor woningen geldt bijvoorbeeld een eis van 60 minuten voor brandwerendheid op bezwijken.

Beperking van de ontwikkeling van een brand
Bij het ontstaan van een brand moeten mensen veilig kunnen vluchten en de brand dient beperkt te blijven tot een bepaald gebied. Dit kan bereikt worden door het gebouw in compartimenten in te delen met voldoende brandwerende wanden als scheiding. Hierdoor zal de brand zoveel mogelijk beperkt kunnen worden binnen het compartiment. De wanden van deze compartimenten kunnen het beste van een steenachtig materiaal zijn, zoals kalkzandsteen of beton. Ter plaatse van doorgangen dienen brandwerende deuren geplaatst te worden en doorvoeringen van leidingen dienen brandwerend  te worden afgedicht. De brandwerendheid van de brandwerende wanden wordt weergegeven met een eis voor weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag; de zogenaamde WBDBO eis.

De brandwerendheid van een wand wordt bepaald door beproeving volgens NEN 6069, waarbij de maximale brandwerendheid wordt bepaald door de kortste van de volgende vier, Europees vastgelegde, criteria (R, E, I en W):

  1. R = bezwijken van de wand
  2. E = vlamdichtheid betrokken op de afdichting
  3. I = thermische isolatie (max. gemiddelde temp. stijging 140°C)
  4. W = maximale warmtestraling 15 kW/m2 (niet maatgevend bij metselwerk).

Afhankelijk van de situatie zijn sommige van de criteria niet vereist.

Beperking van rookontwikkeling / rookwerendheid
Voor het veilig kunnen vluchten bij het ontstaan van brand dienen in gebouwen rookvrije vluchtroutes gecreëerd te worden. Deze routes worden afgeschermd door gesloten wanden, waarbij doorgangen voorzien dienen te worden van bij brand (zelf)sluitende deuren. Wanden van beton of kalkzandsteen zijn van zichzelf voldoende rookwerend. De aandacht dient vooral besteed te worden aan doorvoering en kozijnen.

De rookwerendheid van een constructieonderdeel kan volgens NEN 6075 worden gelijkgesteld aan anderhalf maal de brandwerendheid van het constructieonderdeel. Een kalkzandsteen wand van 67 mm heeft daarmee een rookwerendheid die langer is dan 60 minuten (1,5 maal de brandwerendheid van 45 minuten). Hierbij dienen alle doorvoeringen en randaansluitingen voldoende rookdicht te worden uitgevoerd.